De energieprestatie van gebouwen staat de komende jaren voor belangrijke veranderingen. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt gewerkt aan een nieuwe bepalingsmethode 2030. Deze methode moet het huidige stelsel toekomstbestendig maken en aansluiten op de herziene Europese richtlijn EPBD IV. De nieuwe methode bouwt voort op de huidige NTA 8800, maar wordt een NEN norm – de NEN9900. Er wordt onder andere gekeken naar nieuwe indicatoren voor energiegebruik en CO₂-uitstoot, een betere aansluiting op de praktijk en actualisatie van de rekenmethodiek. Ook ontwikkelingen zoals energieopwekking en -opslag, klimaatverandering en emissievrije gebouwen worden meegenomen.
Hoe komt de nieuwe methode tot stand?
De ontwikkeling van de bepalingsmethode 2030 vindt plaats binnen een normsubcommissie (NSC). Hierin zijn verschillende partijen vertegenwoordigd, waaronder overheid, kennisinstellingen, brancheorganisaties en marktpartijen. Onder de normsubcommissie werken verschillende werkgroepen aan de inhoudelijke onderdelen van de methode. Maar naast technische kennis en modellen is ook de ervaring uit de dagelijkse praktijk belangrijk. Hoe werkt een nieuwe methodiek straks bij het daadwerkelijk opnemen en adviseren over gebouwen? Welke onderdelen vragen extra aandacht? En wat betekent een verandering voor de adviseur?
KEGO haalt input op bij adviseurs
Om die praktijkervaring goed mee te nemen, is KEGO gevraagd om mee te werken aan een enquête onder energieprestatieadviseurs. In Nederland zijn ongeveer 3.000 adviseurs actief. Het is niet haalbaar om al deze adviseurs persoonlijk te bevragen. Daarom is een selectie van 50 adviseurs gemaakt. Zij zijn gevraagd om via een enquête hun ervaringen, aandachtspunten en reacties te delen over onderwerpen die relevant zijn voor de ontwikkeling van de bepalingsmethode 2030. Op deze manier wordt geprobeerd om de stem van de praktijk mee te nemen in de verdere ontwikkeling van de nieuwe methode.
Jouw praktijkervaring telt
De bepalingsmethode 2030 wordt de komende jaren verder uitgewerkt en getest. De input van adviseurs kan daarbij helpen om niet alleen naar de technische kant van de methode te kijken, maar ook naar de praktische uitvoerbaarheid. Voor KEGO is het belangrijk dat de ervaringen van energieprestatieadviseurs een plek krijgen in dit proces. De ontwikkelingen richting 2030 zullen immers gevolgen hebben voor iedereen die met energieprestatie, opname en advisering van gebouwen werkt.